Van kleins af aan lag mijn passie bij de paarden. Mijn ouders bezaten een trainings- en handelsstal en ik heb het paardenvirus dan ook met de paplepel ingegoten gekregen. Het meeste plezier haalde ik uit de springsport. Eerst met de pony’s, tot in de hoge klassen, en daarna voornamelijk met jonge paarden. Zadelmaken, netjes opleiden en uitbrengen op wedstrijden. Ik vind het fantastisch om jonge groene paarden te zien ontwikkelen en groeien.

Uitdaging

Vooral het zadelmak maken, de verschillende karakters, de verschillende benaderingen en andere leercurves, daar vond ik de uitdaging. Soms kreeg ik paarden aangeboden, die zogenaamd een slecht karakter hadden. Ik ben niet gauw van mijn voetstuk te brengen, dus aan de slag met de gevaarlijke wildebras. Wanneer de paarden braaf waren op de poetsplaats, netjes een hoofdstel aan konden en normaal gelongeerd konden worden, ging er een zadel op en opstappen maar. Het cruciale punt kwam meestal daarna: Met rijden op de ene hand waren ze braaf, maar zodra we de andere kant op gingen begon de rodeoshow. Keer op keer.

“Hoe kon het zijn dat een paard, dat tot dat moment zo zijn best had gedaan, ineens zo om sloeg?”

Hoe kon het zijn dat een paard, dat tot dat moment zo zijn best had gedaan en braaf mee had gewerkt, en dus een braaf karakter bleek te hebben, ineens zo om sloeg? Een paard met een slecht karakter toont dat op ieder moment. Nooit ineens. Misschien had dit paard gewoon pijn wanneer het op een bepaalde hand moest lopen? Geïntrigeerd door deze vraagstelling begon ik in 2014, na een afgebroken HBO Management studie, aan het Vluggen Institute of Equine Osteopathy in Duitsland. Een studie, die mij zoveel meer inzicht en begrip gaf in het lichaam van het paard. In 2018 heb ik tevens aanvullend de cursus “Medische basiskennis” gevolgd, om mijn kennis nog verder te verdiepen.